Persoonlijk voornaamwoord

Deze pagina geeft een overzicht van persoonlijke voornaamwoorden van de acht talen.


Als onderwerp / subject (nominatief):



1e persoon enkelvoud
1e persoon meervoud
2e persoon enkelvoud
2e persoon meervoud
3e persoon enkelvoud
3e persoon meervoud
Nederlands
ik
wij (we)
jij (je), u jullie, u
hij, zij (ze), het
zij (ze)
Frysk
ik
wy
do (dű), jo jimme
hy, sy (hja), it
sy (hja)
English
I
we
you you
he, she, it
they
Deutsch
ich
wir
du, Sie* ihr
er, sie, es
sie
Latina* ego
nos
tu vos
is, ea, id
ei / ii, eae, ea
franšais*
je
nous
tu, vous*
vous
il, elle, on
ils, elles
espa˝ol
yo
nosotros/-as
t˙ / vos, usted*
vosotros/-as, ustedes*
Úl, ella, ello
ellos, ellas
italiano*
io
noi
tu, Lei* voi, Voi (Loro*)
lui (egli), lei (ella), (esso-/a)
loro (essi/esse)

* Latina, franšais, italiano: het persoonlijk voornaamwoord wordt meestal weggelaten en alleen gebruikt om nadruk te leggen of ter verduidelijking.
* Deutsch: Sie is de formele tweede persoon enkelvoud ('u') maar gebruikt de werkwoordsvormen van de derde persoon meervoud.
* franšais: gevolgd door een woord beginnend met een klinker of een stomme h wordt je geschreven als j'.
* franšais: vous als formele tweede persoon enkelvoud ('u') gebruikt de werkwoordsvormen van de tweede persoon meervoud.
* espa˝ol: usted is de formele tweede persoon enkelvoud ('u') maar gebruikt de werkwoordsvormen van de derde persoon enkelvoud.
* espa˝ol: ustedes is de formele tweede persoon meervoud ('u allen') maar gebruikt de werkwoordsvormen van de derde persoon meervoud.
* italiano: Lei is de formele tweede persoon enkelvoud ('u') maar gebruikt de werkwoordsvormen van de derde persoon enkelvoud.
* italiano: Loro is weinig gebruikt alternatief voor Voi als formele tweede persoon meervoud ('u allen') maar gebruikt de werkwoordsvormen van de derde persoon meervoud.

Als lijdend voorwerp / direct object (accusatief):



1e persoon enkelvoud
1e persoon meervoud
2e persoon enkelvoud
2e persoon meervoud
3e persoon enkelvoud
3e persoon meervoud
Nederlands
mij (me)
ons
jou (je), u
jullie
hem, haar, het
hen
Frysk
my
˙s
dy / jo
jimme
him, har, it
har(ren)
English
me
us
you
you
him, her, it
them
Deutsch
mich
uns
dich, Sie*
euch
ihn, sie, es
sie
Latina me
nos
te
vos
eum, eam, id
eos, eas, ea
franšais
me
nous
te, vous*
vous
le, la
les
espa˝ol
me
nos
te, se
os, se
lo, la, se
los, las, se
italiano
mi
ci
ti, La
vi, Li/Le
lo, la
li, le

* franšais: gevolgd door een woord beginnend met een klinker of een stomme h worden me, te, le, en la geschreven als respectievelijk m', t' en l'.

Als indirect object (enkel de vormen die afwijken van die van het lijdend voorwerp / direct object zijn vermeld):



1e persoon enkelvoud
1e persoon meervoud
2e persoon enkelvoud
2e persoon meervoud
3e persoon enkelvoud
3e persoon meervoud
Nederlands





hun
Frysk






English






Deutsch
mir

dir, Ihnen

ihm, ihr, ihm
ihnen
Latina mihi
nobis
tibi vobis
ei
eis /ii
franšais




lui
leur
espa˝ol




le, se
les, se
italiano


ti, Le
vi, Loro
gli, le
loro


Na bepaalde voorzetsels (enkel de vormen die afwijken van die van het onderwerp / subject zijn vermeld):



1e persoon enkelvoud
1e persoon meervoud
2e persoon enkelvoud
2e persoon meervoud
3e persoon enkelvoud
3e persoon meervoud
Latina





franšais
moi

toi

lui, (elle), soi
eux, elles
espa˝ol


ti



italiano
me

te





Als reflexief = wederkerend voornaamwoord (enkel de vormen die afwijken van die van het lijdend voorwerp / direct object zijn vermeld):



1e persoon enkelvoud
1e persoon meervoud
2e persoon enkelvoud
2e persoon meervoud
3e persoon enkelvoud
3e persoon meervoud
Nederlands
me (mij)

je, u / zich
je, u / zich
zich
zich
Frysk






English
myself
ourselves
yourself
yourselves
himself, herself, itself
themselves
Deutsch




sich
sich
Latina



se (sui, sibi)
se (sui, sibi)
franšais




se
se
espa˝ol


te
os
se
se
italiano


ti
vi
si
si


* Deutsch: enkele werkwoorden gebruiken bij uitzondering vormen van de Dativ / indirect object.
* Latina: se wordt gebruik voor de accusatief en ablatief (en zichzelf wordt sese), sui en sibi voor respectievelijk de genitief en de datief.
* franšais: gevolgd door een woord beginnend met een klinker of een stomme h wordt se geschreven als s'.
* Nadruk op wederkerendheid: -zelf (Nederlands), -sels (Frysk), selbst/selber (Deutsch), ipse/ipsa/ipsum (Latina), [...]-mŕme(s) (franšais), mismo/misma (espa˝ol), stesso/stessa (italiano).